Tijd winnen, ruimte verliezen
Over adem, luisteren en de ruimte om iets nieuws te ontdekken.

De paradox van onze tijd
We proberen steeds meer tijd te winnen. Maar we houden steeds minder ruimte over om echt aanwezig te zijn.
Dat was een van de gedachten die bij me bleef hangen na de lezing van Anthony Heidweiller op 28 oktober, tijdens de boekpresentatie van Art-Based (Un)Learning in Amsterdam.
In de ochtend kwam ook de opkomst van kunstmatige intelligentie ter sprake. Technologie maakt het mogelijk om werk dat eerder door meerdere mensen werd gedaan, met minder mensen uit te voeren. Dat is indrukwekkend. Maar wat gebeurt er met de tijd die we daarmee winnen? Krijgen we meer ruimte om na te denken, te leren, te twijfelen en op adem te komen? Of vullen we die tijd meteen met nieuwe verwachtingen en een nog hoger tempo?
Anthony sprak over drie crises: die van de adem, de stem en het gesprek. De crisis van de adem begint waar de ruimte verdwijnt. De crisis van de stem begint waar mensen zich niet meer durven laten horen. De crisis van het gesprek begint waar we niet langer echt luisteren.
We hebben steeds meer mogelijkheden om te communiceren, maar hoeveel ruimte nemen we nog om werkelijk te luisteren? Hoe vaak voeren we een gesprek om de ander te begrijpen, en hoe vaak vooral om ons eigen gelijk bevestigd te krijgen?
De crisis zit ook in ons lichaam
Anthony bracht deze maatschappelijke vraag terug naar iets heel basaals: onze adem.
Hij vertelde over de invloed van onze ademhaling op onze stem en aanwezigheid, en over hoe we vaak leren om lichamelijke uitingen te beheersen. We houden onze adem in, onderdrukken een zucht en verbergen spanning. We zijn zo gewend om ons lichaam te sturen dat we soms nauwelijks nog opmerken wat er gebeurt.
Zijn eigen leerproces raakte me vooral.
Als klassiek zanger behandelde Anthony zijn lichaam jarenlang als instrument. Hij leerde zijn adem beheersen, zijn stem ondersteunen en zijn klank verbeteren. Zijn lichaam moest doen wat hij en zijn docenten voor ogen hadden.
Maar zijn zoektocht veranderde toen hij niet alleen meer probeerde te beheersen, maar begon te luisteren. Naar zijn adem, zijn zuchten en de klanken die ontstaan voordat er woorden zijn.
Hij hoefde zijn kennis niet overboord te gooien. Juist door lichamelijke ervaring te verbinden met kennis over de werking van het lichaam, ontstond ruimte om zijn vertrouwde manier van werken opnieuw te onderzoeken.
Ook de culturele kant van zijn verhaal liet me niet los. Hoe we ademen, spreken en ons uiten, staat niet los van de wereld waarin we zijn opgegroeid. Anthony verbond zijn onderzoek aan een geschiedenis waarin niet iedereen dezelfde vrijheid had om te spreken en zich te laten horen.
Je kunt ergens heel goed in worden en tegelijkertijd iets missen. Je kunt leren beheersen zonder werkelijk te leren luisteren.
Waar ik zelf ruimte inneem
Dat herken ik.
Onlangs voerde ik een gesprek waarin ik eigenlijk maar één antwoord wilde horen: het antwoord dat ik al in mijn hoofd had. Ik stelde vragen, maar luisterde vooral of dat antwoord eraan kwam.
Ik wilde zorgvuldig zijn, de situatie begrijpen en ergens komen. Maar terwijl ik zocht naar helderheid, hield ik ook vast aan wat ik zelf hoopte te horen. Mijn behoefte aan duidelijkheid bepaalde mede waar ik op lette en wat ik uit het gesprek meenam.
Ik was wel in gesprek, maar hoeveel ruimte liet ik werkelijk voor het perspectief van de ander?
Zorgvuldigheid kan ongemerkt veranderen in sturen. Dan luister ik niet meer alleen naar wat de ander vertelt, maar vooral naar mijn eigen verwachting. Ik win zekerheid, maar verlies wat zich had kunnen aandienen.
Dat betekent niet dat richting geven verkeerd is. Het vraagt wel dat je onderzoekt wanneer je behoefte aan richting de ruimte voor iets anders begint te beperken.
Niet alles begint bij begrijpen
We zijn gewend om leren te verbinden aan kennis, uitleg en nadenken. We willen begrijpen wat er gebeurt, weten wat we moeten doen en ergens naartoe werken.
Maar wat als leren soms ergens anders begint? Bij iets opmerken wat je eerder niet zag. Bij voelen wat er in je lichaam gebeurt. Bij luisteren voordat je reageert.
Dat raakt aan wat unlearning voor mij interessant maakt. Het gaat niet om vergeten wat je hebt geleerd, maar om ruimte maken voor een andere manier van weten, naast wat je al kent.
Soms vraagt leren dat je je vertrouwde aannames opnieuw onderzoekt. Dat je niet meteen corrigeert of verklaart, maar eerst waarneemt wat er gebeurt.
Het vraagt aandacht. En aandacht vraagt ruimte.
Een ruimte waarin iets kan ontstaan
In zijn onderzoek werkt Anthony met adem, zuchten, kreunen en de ontwikkeling van stem en luisteren. Hij vertelde over studenten die een soundscape ontwikkelden op basis van het zuchten en kreunen van dieren.
Ze creëerden een veilige omgeving waarin mensen konden liggen en luisteren, en ongeveer een uur lang een ervaring konden ondergaan.
De ervaring begint niet met een uitleg over wat je moet leren. De ruimte, de geluiden en de route zijn ontworpen. Wat mensen daarin ervaren en ontdekken, staat niet vooraf vast.
De condities zijn ontworpen, de ontdekking blijft open.
Die zin raakt voor mij aan een wezenlijk verschil. Je kunt een ervaring zorgvuldig vormgeven zonder vooraf te bepalen wat iemand eruit moet halen. Je kunt een route aanbieden zonder iedere stap vast te leggen. Je kunt richting geven en tegelijk ruimte laten voor iets wat je zelf niet had voorzien.
Dat is niet hetzelfde als alles loslaten. Het vraagt juist aandacht voor de omstandigheden: wat is nodig om iemand zich veilig genoeg te laten voelen om te onderzoeken, te ervaren en een ander perspectief toe te laten?
Wat dat met Nohara doet
Nohara verwijst naar het Japanse woord voor open veld. Voor mij staat dat open veld voor de mogelijkheid om het nog niet ingevulde niet meteen dicht te maken.
Ik onderzoek met Nohara hoe we omstandigheden kunnen creëren waarin nieuwsgierigheid, aandacht en ontmoeting ontstaan. Hoe maken we ruimte voor mensen om hun vertrouwde perspectief even los te laten, werkelijk naar elkaar te luisteren en iets te ontdekken wat ze vooraf nog niet konden bedenken?
De lezing hielp me die vraag scherper te zien. Het gaat niet alleen om wat je aanbiedt of welke activiteit je ontwerpt. Het gaat ook om de ruimte die je creëert: ruimte om te ervaren, stil te staan, te twijfelen en betekenis te geven aan wat er gebeurt.
Dat vraagt ook iets van mij als begeleider en ontwerper. Ik wil graag zorgvuldig zijn en richting geven. Maar juist dan moet ik blijven onderzoeken wat ik bewust vormgeef en wat ik openlaat.
Niet: wat wil ik dat de ander begrijpt?
Maar: welke ruimte is nodig om iemand zelf iets te laten ontdekken?
Wat willen we met onze gewonnen tijd?
De vraag die ik uit deze ochtend meeneem, is wat we doen met de tijd die technologie ons bespaart. Kunnen we die tijd ook gebruiken om mensen meer ruimte te geven om te leren, te luisteren en op adem te komen?
Ruimte om fouten te maken. Ruimte om onzeker te zijn. Ruimte om je stem te laten horen en werkelijk naar de stem van een ander te luisteren. Ruimte om niet meteen te hoeven weten.
Ook in mijn eigen werk en leerproces wil ik die ruimte blijven onderzoeken. Want ik wil graag begrijpen, richting geven en zorgvuldig zijn. Juist daarom moet ik blijven opletten wanneer mijn behoefte aan duidelijkheid de ruimte voor iets anders begint te beperken.
Ik hoef niet alles voor te schrijven om toch zorgvuldig te zijn. De uitdaging is om bewust te kiezen wat ik vormgeef en wat ik openlaat.
We winnen tijd. Maar geven we onszelf ook de ruimte om die tijd te gebruiken om werkelijk aanwezig te zijn?
Misschien begint daar iets nieuws: niet bij een antwoord dat al klaarstaat, maar bij de bereidheid om even stil te staan, waar te nemen wat er gebeurt en opnieuw te luisteren.
VERDER IN DE REEKS
Blijf op de hoogte van Nohara
Nohara is in ontwikkeling. Nieuwe verhalen en experimenten verschijnen hier gaandeweg. Wil je meekijken? Laat je e-mailadres achter.
